Toen was het stil

Dream School

Ik weet nog dat Bas werd afgewezen voor een stage bij een timmerbedrijf omdat hij tijdens zijn sollicitatiegesprek nagellak op had. Het was begin januari 2017, vlak na de beroemde actie van het jongetje Tijn, die daarmee veel geld had opgehaald voor Serious Request, en eigenlijk was nagellak toen even gemeengoed in Nederland – alleen dus niet bij dit timmerbedrijf.
Ik moest eraan denken omdat ik teveel op social media zit en daar teveel en in toenemende mate afwijzende reacties zie op alles wat op LHBTI lijkt. Stoppen met social media zou een goeie zijn – in meer dan één opzicht – want dit soort reacties maakt me boos en verdrietig. Ik begrijp het ook niet, wat kan er toch mis zijn met het accepteren van mensen zoals ze zijn? Mensen die niemand kwaad doen ook nog, die alleen maar gewoon zichzelf willen zijn.
Bas kwam gelukkig bij een ander timmerbedrijf terecht, eentje met creatieve vakbroeders en -zusters, eentje waar wel meer mensen rondliepen die niet helemaal binnen de lijntjes pasten.

Mijn zwak voor mensen die anders zijn is ontstaan in mijn eigen jonge jaren, denk ik, want ik was zelf altijd anders. Ik wilde graag vrouw zijn, maar voelde me niet vrouw. Had het gevoel niet in dit lijf te passen. Daarnaast kon ik niet meekomen op school. Met mijn hoogbegaafde adhd-hoofd stond ik altijd dwars voor de kar – niet omdat ik zo graag dwars wilde zijn, maar omdat ik niet snapte hoe dat nu ging, zo’n kar en dan rechtuit, net als iedereen.
Dit in combinatie met getraumatiseerde ouders, die mijn rare hoofd niet volgden, maakte dat ik flink wat therapie nodig had voordat ik eindelijk een beetje landde in mijzelf.
Misschien dat ik daarom zo blij en geëmotioneerd kan worden van een tv-programma als Dream School: zoiets had ik mijzelf en later mijn oudste kind ook gegund. Dat je wordt gezien, ook al doe je je uiterste best om nou net dat mooie en kwetsbare van jezelf voor je te houden. De compassie die je krijgt en die je vroeg of laat overneemt, net zolang totdat je jezelf wél de moeite waard vindt.

We hadden het erover, een aantal Stilgeweest-vrijwilligers en ik, terwijl we bijeenkomsten voor nabestaanden aan het voorbespreken waren: hoe ethisch verantwoord is zo’n programma nou eigenlijk? Want dat je getroebleerde en vastgelopen jonge mensen deze begeleiding gunt is één, maar dat die kwetsbare jongelui hun gevecht moeten leveren voor de ogen van miljoenen Nederlanders is toch wel heel heftig. Zouden ze op dit gebied niet tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen? Want deze beelden – van hun vaak toch niet fijne gedrag – zijn tot het einde der dagen zichtbaar voor iedereen. Ik weet het niet. Ben blij dat ik zelf als twintiger de kans kreeg in groepstherapie te gaan, maar ik ben ook heel blij dat daar geen beelden van zijn. 
Maar ik had mezelf toch wel een knuffel van Lucia en een bemoedigend praatje van Eric gegund. Die had ik kunnen gebruiken ook, want in de periode waarin ik therapie ontving, maakte een van mijn therapeuten een einde aan zijn leven. Niet lang daarna zat mijn therapietijd erop, waardoor ik pas nog veel later merkte hoezeer dat verlies door suïcide doordreunde in mijn dagelijks bestaan. Waarmee verlies door suïcide een soort draad door mijn leven werd, met als absoluut dieptepunt het verlies van mijn eigen oudste zoon. 
Ik heb jarenlang niet over het overlijden van die therapeut kunnen praten, zonder dat mijn stem verstikte van de tranen. Nu ik mijn zoon heb verloren, begrijp ik dat nauwelijks nog. Tenslotte stond die therapeut feitelijk niet heel dichtbij me. Tegelijk merk ik dat verdriet kennelijk kan stapelen.

Vorige maand vierden we de alweer 21e verjaardag van Vijf. Het lijkt wel alsof hij gisteren nog vijf was, maar hij is dus echt 21. En hij doet het hartstikke goed allemaal, zowel studie, werk als privé. Diepe buiging daarvoor, hoe hij recht voor die kar blijft. 
Het was een geweldig etentje buiten de deur, met het grootste deel van ons samengestelde gezin uitbundig als altijd bij elkaar. Wat een lekker zooitje. Wat een stilte dan, als je samen weer naar huis rijdt.
En daar zag ik de foto van het etentje voor Vijfs dertiende verjaardag. Het samengestelde gezin, toen nog zonder aanhang, dus met zeven kinderen, een uitbundig zooitje, toen al. En compleet, zo ontzettend compleet. Met oma, die de foto maakte. 
‘Een bofbil’ noemde iemand me, na het aanschouwen van die foto en ja, daar was ik het volmondig mee eens.
Hoe fijn de etentjes nu ook zijn, compleet zijn we nooit meer. En na iedere bijeenkomst weer hakt dat erin. Dat we Bas missen. Dat alle opa’s en oma’s sindsdien ook zijn overleden. Dat ik familiefoto’s kan bekijken, om dan te beseffen dat iedereen op die foto inmiddels is overleden. Dat ik alweer 20 jaar geleden ben gescheiden. Dat het leven als alleenstaande moeder mooi maar ook eenzaam was. Dat ik het soms uit zou willen gillen, omdat er zoveel is dat pijn doet.

Maar ik ben nog steeds een bofbil. Want ik ben al bijna 10 jaar samen met de liefste. We wonen zelfs samen in één huis. En kijk nou naar dat samengestelde gezin. Hoe leuk en lief zijn ze allemaal, stuk voor stuk. Zelfs de dieren hier zijn lief, en uitbundig. Allemaal liefde. En dat is nou precies wat zo’n pijn doet. Want je kunt gevoelens van liefde en geluk niet toelaten zonder ook de gevoelens van pijn en verlies te ervaren.
Gelukkig kan ik het zo nu en dan even virtueel uitschreeuwen. Zonder dat er camera’s op me gericht zijn. Binnen mijn eigen grenzen. 

Ik ben er nog steeds ambivalent over, dat programma Dream School. Maar ik zou iedereen die oprechte aandacht gunnen. Dus geef ik die maar aan mijn omgeving. En ik sta zelf weer even stil.
Want eind 2017, nog aan de start van zijn bloeiende carrière bij dat creatieve timmerbedrijf, verloor ik dat mooie kind. Dat verlies, daar leef ik mee, daar heb ik geen therapie bij nodig.
Maar oprechte aandacht wel. Gewoon, dat je weet dat het er mag zijn, al dat verdriet. Ook al praat je er nauwelijks nog over.

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Acht
Acht

Ik ben veranderd in de afgelopen acht jaar. Maar dat maakt het verlies niet makkelijker.

Gevloerd
Gevloerd

Kind zou jarig zijn, maar is dat al 8x niet meer. En dus lig ik in het ziekenhuis. Of is het toch niet zo simpel?

Het licht gaat uit
Het licht gaat uit

Het gaat even niet meer, mijn benen weigeren dienst, mijn hoofd weigert nadenken. Gelukkig gaat Stilgeweest gewoon door.

Hork
Hork

Soms moet je verlies lijden om te weten hoe zoiets voelt.

Wat als
Wat als

Ik dacht dat mijn hoofd wel vrede had met het verlies van mijn kind, maar dat is helemaal niet zo. In plaats daarvan vraag ik me geregeld af: wat als ik dit anders had gedaan?

Lieverds
Lieverds

De datum van geboorte, de sterfdatum, het lijkt ‘maar een datum’. Maar zo werkt het dus niet.