Toen was het stil

Boos

Er is een woede in mij, zo groot.
Niet op Bas, ik ben niet boos geweest op hem en ben dat ook nu niet. Maar gewoon, zomaar. Zomaar ineens ook kan die opvlammen.

Zo liep ik een paar weken geleden op het station in Zwolle van de ene trein naar de andere. Tussen beide sporen zitten wat perrons en een roltrap en de trein waar ik uit kwam had vertraging, waardoor ik de andere nog maar net zou kunnen halen.
Dus ik trok een sprintje en rende de roltrap op. Daar stonden veel mensen. Ook aan de linkerkant. Dus ik hijgde vriendelijk tegen die mensen of ze even aan de kant wilden gaan. Een beetje onwillig leek het, dat ze opzij gingen, maar ze gingen.
De eennalaatste was een puber met oortjes met muziek in, dus die tikte ik tegen zijn jas, waarop ook hij vlot aan de kant ging.
Toen stond er nog een man met een hoed voor me. Jaar of 50, semi-artistiek uiterlijk. Ik vroeg: ‘Mag ik er alstublieft even langs?’, en hij reageerde niet. Dus ik riep, wat harder: ‘Mág ik er even lángs?’, en ik tikte ook hem tegen zijn jas.
Hij keek niet om, maar zei half over zijn schouder:’ Ik stá hier, ja.’
‘Laat me er nou even langs?’, vroeg ik nog maar eens, dwingend dit keer.
‘Ach mens, doe niet zo hysterisch,’ zei hij. En toen waren we boven. Glipte ik snel langs hem heen, onderwijl ‘idioot’ prevelend. Of misschien, waarschijnlijk, prevelde ik het niet, maar heeft hij het prima kunnen horen.
Ik rende naar de trein, die ik met gemak bleek te halen.

En begon me toen te bedenken hoe ik die gast achterover van de roltrap had kunnen trekken. Met zijn hoofd eerst. En met een flinke hijs zodat hij extra vaart zou hebben. Bám!
Want waarom zou je niet iemand die een trein wil halen even voor laten gaan? En dan dat woord: hysterisch. Een woord, speciaal voor vrouwtjes die zich aanstellen.
Ik stikte bijna in mijn verontwaardiging – en in mijn waardeloze conditie. En dat bleef zo. Ook nog toen ik uit de trein stapte. Toen ik eenmaal thuis eten stond te koken.

Wat een kwaadheid. Op natuurlijk een ontzettend onaardige vent, maar meer ook niet. Een incident van niks. Normaal gesproken had ik mijn schouders opgehaald en was ik doorgerend. Had ik er eenmaal in de trein geen gedachte meer aan gewijd.
Mijn zenuwen liggen duidelijk nog steeds open. Want zo ben ik normaal niet. Don’t you mess with mama Patti, want ik trek je kop van je romp.
Lieve en warme reacties wil ik, aardige en hartelijke mensen, de rest trek ik niet.
Ook dat heb ik al die maanden al.
In de supermarkt, die eerste weken. Dat je zou willen dat mensen het aan je zien. Wees lief tegen me, want ik heb mijn kind verloren. Niet zo boos kijken alsjeblieft.
Terwijl ik boodschappen deed in een dorp waar ik niemand kende, omdat ik niet wist wat ik zou moeten zeggen als mensen hadden gevraagd: ‘hoe gaat het nou met je?’, en omdat ik meelevende reacties uit de weg ging, maar tegelijk enorm werd gekwetst door mensen die zichtbaar wegdoken in een ander gangpad.

Het doet me een beetje denken aan de tijd dat Bas net was geboren en ik mijn eerste rondjes met hem buiten liep. Dat ik zo graag had gewild dat de andere klanten in de Boni aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht in de kinderwagen hadden gekeken en hadden gezegd: ‘ah wat een prachtig kind, dat is echt wel het prachtigste kind dat ik ooit zag.’ Dat deden ze niet, dat deed niemand. Uiteraard.

Nu was er niemand die aan mij vroeg: ‘Goh, heeft u soms uw kind verloren? Zal ik dan eens extra aardig voor u zijn? Zal ik in ieder geval niet hufterig tegen u doen? Ik reageer me wel af op de volgende die langskomt.’
Het werkt niet zo. Misschien ben ik daarom wel zo boos.

Foto: Ania Miś on Reshot

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Acht
Acht

Ik ben veranderd in de afgelopen acht jaar. Maar dat maakt het verlies niet makkelijker.

Gevloerd
Gevloerd

Kind zou jarig zijn, maar is dat al 8x niet meer. En dus lig ik in het ziekenhuis. Of is het toch niet zo simpel?

Het licht gaat uit
Het licht gaat uit

Het gaat even niet meer, mijn benen weigeren dienst, mijn hoofd weigert nadenken. Gelukkig gaat Stilgeweest gewoon door.

Hork
Hork

Soms moet je verlies lijden om te weten hoe zoiets voelt.

Dream School
Dream School

Oprechte aandacht is natuurlijk altijd goed, maar moet dat nou in een televisieprogramma?

Wat als
Wat als

Ik dacht dat mijn hoofd wel vrede had met het verlies van mijn kind, maar dat is helemaal niet zo. In plaats daarvan vraag ik me geregeld af: wat als ik dit anders had gedaan?